Print deze pagina
Datum: 1-4-2003
Bron: AelmanScoop 15
Auteur: Ton Crasborn
Op het gebied van de vergunningverlening in het kader van de Wet Milieubeheer
spelen een viertal Europese richtlijnen een belangrijke rol. Voor alle veehouderijen,
zowel intensief als extensief, gelden de elders in deze AelmanScoop genoemde
Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Daarnaast hebben bestaande en nieuwe intensieve
veehouderijen (varkens en pluimvee), bij het overstijgen van een bepaalde omvang,
te maken met twee andere Europese richtlijnen: de MER- en de IPPC-richtlijn.
In dit artikel informeren wij u over de IPPC-richtlijn.
IPPC-richtlijn
Doel van de IPPC-richtlijn is het realiseren van een geïntegreerde preventie
en beperking van verontreiniging door industriële activiteiten. Grote
intensieve varkens- en pluimveebedrijven behoren ook tot deze activiteiten.
Omvang bedrijven
De IPPC-richtlijn is alleen van toepassing op veehouderij-installaties geschikt
voor meer dan:
·
40.000 stuks pluimvee;
·
2.000 mestvarkens;
·
750 zeugen.
Met installatie bedoelt de richtlijn de gehele inrichting (bedrijf) en niet
de afzonderlijke stallen. Indien een inrichting uitbreidt, is niet bepalend
of de uitbreiding zelf boven de ondergrens uitkomt. Bepalend is of de capaciteit
van de gehele inrichting, zoals die na de uitbreiding is, boven deze grens
uitkomt.
Uitvoering
Het voorkomen van emissies naar bodem, water en licht is het uitgangspunt die
deze richtlijn hanteert. Wanneer emissies niet zijn te voorkomen, dienen
deze zoveel mogelijk te worden beperkt.. Artikel 3 van de richtlijn geeft
in dit kader aan dat:
·
alle passende maatregelen tegen verontreinigingen moeten worden getroffen.
Met name door toepassing van “best beschikbare technieken” zoals
ammoniakreducerende stalsystemen.
·
geen “belangrijke”verontreiniging door de installatie worden veroorzaakt.
De eerste voorwaarde, het toepassen van ammoniakreducerende stalsystemen,
is in de meeste gevallen geen probleem. Er zijn in de intensieve veehouderij
voldoende systemen voorhanden die aan de omschrijving “best beschikbare
technieken” voldoen.
De tweede voorwaarde, het niet veroorzaken van belangrijke verontreiniging,
zorgt bij de “grotere” bedrijven en bedrijven die een nieuwe vestiging
voor ogen hebben, voor grote onduidelijkheden. Ook verplaatsingen van bedrijven
in het kader van “algemeen belang” (aanleg wegen, uitbreiding bebouwing)
komen hierdoor duidelijk onder druk te staan.
De richtlijn geeft geen enkele verklaring van de omschrijving: “een
belangrijke verontreiniging”. Daardoor is het onduidelijk wanneer een
bedrijf nu wel of geen belangrijke verontreiniging veroorzaakt of gaat veroorzaken.
Tevens is punt van discussie de vraag of het opheffen van een verontreiniging
op een locatie mag leiden tot een verontreiniging op een andere of nieuwe locatie.
Indien deze vraag positief beantwoord wordt dan zouden bedrijfsverplaatsingen
van intensieve veehouderijen, in het kader van de IPPC-richtlijn, hiermee gemotiveerd
kunnen worden. Vooralsnog dienen we te wachten totdat jurisprudentie van de
Afdeling Bestuursrechtspraak van Raad van State hierover duidelijkheid geeft.
Herintroductie depositie-theorie
De vrees bestaat dat met de IPPC-richtlijn de depositie-theorie (de hoeveelheid
verzuring) wordt geherintroduceerd. Dit terwijl de overheid middels de Wet
ammoniak en veehouderij nadrukkelijk heeft gekozen voor de toetsing van de
ammoniakemissie uit de stallen. Velen zijn van mening dat de IPPC-richtlijn
de ruimte, die de Wet ammoniak en veehouderij biedt aan intensieve veehouderijen
voor bedrijfsontwikkelingen, tenietdoet. Frustrerend is vooral het feit dat
de EU de ondergrens voor kippen en varkens ziet als grens voor grote bedrijven.
Terwijl voor Nederlandse begrippen bedrijven met een omvang van 40.000 kippen
of 2.000 vleesvarkens als een minimale omvang worden gekenschetst. De IPPC-richtlijn
is dus niet getoetst aan de doorsnee Nederlandse agrarische bedrijfsomvang.
Onze conclusie is duidelijk: door de onduidelijke Brusselse regelgeving en
de hieruit voortvloeiende gebrekkige wetgeving, worden agrarische bedrijven,
die uit bedrijfseconomisch oogpunt gehouden zijn zich te ontwikkelen, weer
teruggeworpen in de tijd.
> Verstuur
uw vraag/opmerking n.a.v. dit artikel