Fiscale actualiteiten  Fiscale actualiteiten
Print deze pagina Print deze pagina Datum: 1-10-2003
Bron: AelmanScoop 16
Auteur: Fabiënne Beusmans

Het fiscale landschap blijft in beweging. Nieuwe wetgeving, jurisprudentie en aanschrijvingen volgen elkaar in rap tempo op. In dit artikel stellen wij een selectie uit de fiscale actualiteiten aan de orde.

Overbrengen woonhuis van bedrijfsvermogen naar privé

Sinds 27 juni 2000 is de landbouwvrijstelling niet meer van toepassing op de ondergrond van de bedrijfswoning. Vanaf deze datum is het verschil tussen de vrije verkeerswaarde van de grond (WEV) en waarde bij agrarische bestemming (WEVAB) belast. Om de bedrijfswoning nog op een relatief gunstige wijze over te brengen naar privé hebben veel agrariërs er voor gekozen om per 26 juni 2000 hun woning te heretiketteren. In beginsel is de belastingdienst hier niet mee akkoord. De belastingrechter van het Gerechtshof te Leeuwarden heeft over deze kwestie nu als eerste beslist. Volgens dit Hof mag her-etikettering niet plaatsvinden per 26 juni 2000. Er moet dus rekening worden gehouden met de nieuwe, ongunstigere, wetgeving waardoor het verschil tussen WEV en WEVAB van de ondergrond van de woning belast is. Ook is beslist dat de ondergrond van de woning niet los van de woning zelf kan worden overgeheveld naar privé. We moeten afwachten hoe de andere gerechtshoven en ook de Hoge Raad zich over deze zaak zullen uitspreken. Zeker is in ieder geval dat degenen die een vaststellingsovereenkomst met de Belastingdienst hebben afgesloten tot die tijd geen belasting hoeven te betalen. Na de uitspraak van de Hoge Raad kan nog altijd worden beslist of gebruik wordt gemaakt van deze keuzeherziening.

Emigrerende agrariër

Agrariërs die hun bedrijf willen verkopen om in het buitenland een nieuwe toekomst op te bouwen, worden in Nederland geconfronteerd met belastingheffing over de stakingswinst. Om belastingheffing te voorkomen wordt, voorafgaand aan de staking, de onderneming vaak ingebracht in een besloten vennootschap (BV). Deze BV verkoopt vervolgens (een gedeelte van) het oorspronkelijke bedrijf. De ondernemer bedingt voor de stakingswinst, die is ontstaan bij ruisende inbreng in de BV, een lijfrente bij z'n eigen BV. Het voordeel van deze constructie is dat de liquide middelen binnen het bedrijf blijven en dus gebruikt kunnen worden voor de aankoop van een nieuw bedrijf in het buitenland.

Op 16 januari 2003 heeft de staatssecretaris van Financiën enkele standpunten aangenomen over deze constructie. Het spreekt voor zich dat deze standpunten minder ruimte laten dan voordien.

Voortzettingswaarde
Sinds 1 januari 2002 is er een nieuwe wetgeving rondom schenkingen bij een bedrijfsovername.Kort gezegd komt het erop neer dat als het bedrijf wordt overgenomen voor minimaal 70% van de voortzettingswaarde (going concern) geen direct schenkingsrecht verschuldigd is. Belangrijkste voorwaarde hierbij is dat de bedrijfsopvolger het bedrijf nog minimaal 5 jaar voortzet. Om de voortzettingswaarde te kunnen bepalen dient het over te nemen landbouwbedrijf derhalve gewaardeerd te worden tegen de voortzettingswaarde. Hoe deze waarde wordt bepaald is nog steeds niet duidelijk. Het Ministerie van Financiën en diverse landbouworganisaties worden het maar niet eens over deze waardebepaling. Dit zorgt bij bedrijven, die momenteel in een overnameproces zitten, voor grote onzekerheid ten aanzien van het schenkingsrecht. Kiest u ervoor om, ondanks deze onzekerheid, de bedrijfsovername toch door te zetten, dan adviseren wij u om in de akte een clausule op te nemen die het mogelijk maakt de waardering opnieuw te bekijken als uiteindelijk duidelijk is hoe de waardering bepaald kan worden.
Meerwaardeclausule

Bij het Hof in Den Bosch is wederom uitspraak gedaan over de fiscale gevolgen van doorbetaling op basis van een meerwaardeclausule. De meerwaardeclausule houdt vaak in dat een bedrijfsopvolger bij het voortijdig verkopen van het bedrijf de meerwaarde van gebouwen, quota en landerijen moet verrekenen met zijn ouders of broers en zussen.

In genoemd arrest was de opvolger van mening dat hij het uit te keren bedrag aan zijn broers en zussen in mindering kon brengen op de belaste winst. Echter de opvolger heeft bij de overname gebruik gemaakt van de doorschuiffaciliteit hetgeen volgens het Hof inhoudt dat het redelijk en billijk is dat de doorgeschoven boekwinst in zijn geheel door de bedrijfsopvolger bij zijn stakingswinst dient te worden meegerekend.

De meerwaardeclausule dient derhalve zodanig geformuleerd te worden dat eventuele belastingbetalingen in mindering strekken op de af te dragen meerwaarde.



> Verstuur uw vraag/opmerking n.a.v. dit artikel