Gewijzigde wetgeving rondom koop en huur  Gewijzigde wetgeving rondom koop en huur
Print deze pagina Print deze pagina Datum: 1-10-2003
Bron: AelmanScoop 16
Auteur: Arno Beckers

Gewijzigde wetgeving rondom koop en huur

Met name in de sfeer van de consumentenbescherming zijn onlangs een aantal veranderingen doorgevoerd. In dit artikel staan we stil bij de nieuwe regels die gelden bij aan- en verkoop van onroerende zaken en de vernieuwde huurwetgeving.

Nieuwe regels bij de aan- en verkoop van onroerende zaken

Met ingang van 1 september 2003 worden consumenten beter beschermd bij de koop van een woning of een appartement. Het aangepaste Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bevat nieuwe consumentbeschermende regels ten aanzien van de koop en bouw van woningen. De aangepaste wet voorziet in een vijftal maatregelen.

  1. De koop van een tot woning bestemde onroerende zaak door een consument moet schriftelijk worden aangegaan. Een mondelinge koopovereenkomst is niet meer bindend.
     
  2. Invoering van een wettelijke bedenktijd van 3 werkdagen bij de koop van een woning door een consument (artikel 7:2 BW). Gedurende deze 3 dagen bedenktijd kan de koper de koopovereenkomst zonder opgaaf van reden ontbinden. De 3 dagen gaan in op de dag na de dag waarop de koper de getekende koopovereenkomst heeft ontvangen . De ontbinding moet uiterlijk op de laatste dag van de bedenktijd ingeroepen worden. In het buitenland is een bedenktijd bij de koop van een huis al langer gebruikelijk.
  3. Mogelijkheid om alle koopovereenkomsten via een notariële verklaring in te schrijven in de openbare registers, de zogenaamde “vormerkung” (artikel 7:3 BW).
  4. Bij de koop van een nieuwbouwwoning/appartement door een consument geeft de wet de mogelijkheid om maximaal 5% van de aanneemsom te storten bij de notaris als waarborg voor een juiste oplevering van de woning (artikel 7:8 BW).
  5. Een consumentkoper kan niet verplicht worden om de koopprijs van een woning geheel of gedeeltelijk vooruit te betalen. Alleen het storten van een waarborgsom van maximaal 10% van de koopprijs bij de notaris is toegestaan (artikel 7:26 lid 4 en 5 BW).

De hierboven beschreven veranderingen zijn niet van toepassing op koopovereenkomsten gesloten vóór 1 september 2003.

Vernieuwde huurwetgeving
De eerste huurregelingen stammen uit het jaar 1838. Vanaf toen zijn de huurregels vaak gewijzigd en in verschillende wetten ondergebracht. De bedoeling van de op 1 augustus 2003 in werking getreden nieuwe Huurwet is dat er algemene regels zijn voor alle huurovereenkomsten en bijzondere regels voor de huurwoningen, de huurprijzen van woningen en de huur van bedrijfsruimten. In een aantal gevallen blijft het mogelijk om op de betreffende situatie toegespitste afspraken vast te leggen. Soms kan dit alleen als deze afwijking van de wet niet nadelig is voor de huurder. Voor de meeste omstandigheden is het verplicht de bepalingen van de Huurwet te volgen. De belangrijkste wijzigingen in het nieuwe huurrecht hebben vooral betrekking op een vernieuwing van de huurovereenkomst in het algemeen en de regelingen betreffende de huur van een woonruimte. Daarnaast worden oplossingen voorgesteld voor een aantal actuele problemen, zoals de renovatie van een woon- of bedrijfsruimte, de veranderingen in het gehuurde door zelfwerkzaamheid van de huurder en de versterking van de positie van de huurder bij achterstallig onderhoud. De aanpassing van de regels met betrekking tot huur van bedrijfsruimte zijn te vinden in artikel 7:215 en 7:244 BW.



> Verstuur uw vraag/opmerking n.a.v. dit artikel