Bron: AelmanScoop 17 Auteur: Arno Beckers
Misverstanden over planschade Kan ik aanspraak maken op planschade nu de gemeente het bestemmingsplan in mijn nadeel heeft gewijzigd? Deze vraag krijgen we vaker gesteld. In de praktijk bestaan er nogal wat misverstanden over de toepassing en de achtergrond van het instrument planschade. Aan de hand van een voorbeeld proberen wij in dit artikel de hoofdlijnen van de planschaderegelgeving uit te leggen.
Voorbeeld Stel u heeft eindelijk dat lang gezochte woonboerderijtje gevonden. In het groen met vrij uitzicht over de landerijen. Na 5 jaar maken B&W bekend dat ze een vrijstelling van het bestemmingsplan willen verlenen voor de percelen tegenover uw woonboerderij. Deze vrijstelling biedt de mogelijkheid een nieuwbouwwijk te realiseren. Het vrije uitzicht en de landelijke ligging gaan hiermee naar de knoppen. U vindt door de nieuwbouwplannen dat u recht heeft op planschadevergoeding.
Artikel 49 WRO Volgens artikel 49 heeft u verder slechts recht op planschade als schade ontstaat als gevolg van de nadelige wijziging van de maximaal toelaatbare bouw- en gebruiksmogelijkheden van percelen. Om te meten of de wijziging van het planologische regime de gebruiksmogelijkheden van gronden in negatieve zin wijzigt, wordt een vergelijking gemaakt tussen de voorschriften van het ‘oude’ en het ‘nieuwe’ planologische regime. Daarbij gaat het niet om de feitelijke situatie, maar om wat planologisch maximaal kón worden gerealiseerd. In ons voorbeeld dus de mogelijkheden van het oude bestemmingsplan ten opzichte van de vrijstelling die het mogelijk maakt dat er een nieuwbouwwijk komt.
Soorten schade
De eerste categorie van schade ten gevolge van een planologische wijziging in de omgeving is de waardevermindering van het onroerend goed wegens de aantasting van het woon- en leefklimaat. De aantasting van woongenot kan bestaan uit geluid- of geurhinder, verlies aan privacy en verlies aan vrij uitzicht. Een tweede categorie is de inkomensschade (omzetverlies, winstderving) alsmede de waardedaling van de bedrijfspercelen, die bedrijven ondervinden van een wijziging van de planologische situatie in de omgeving.
Resumé: Heeft de eigenaar van onze woonboerderij nu recht op planschade? Dat weet je pas als je de ‘oude’ en ‘nieuwe’ planologische situatie naast elkaar legt. De nieuwe situatie maakt de bouw van een nieuwbouwwijk mogelijk. Stel dat het oude bestemmingsplan “agrarisch gebied” en zodoende geen enkele bouwmogelijkheid aangaf, dan is sprake van een nadelige wijziging en is er mogelijk recht op schadevergoeding. Maar gaf het oude bestemmingsplan bijvoorbeeld de bestemming “industrie” aan, dan is er, naar verwachting géén sprake van een nadelige wijziging. Ondanks dat de woonomgeving er op achteruit gaat. En dat is de essentie van het instrument planschade: niet de feitelijke situatie, maar de planologische situatie is van belang. Het is van belang bij aankoop van een woning vooraf goed te informeren naar de huidige en toekomstige plannen van ruimtelijke ordening. Alleen op die manier kunnen vervelende verrassingen later voorkomen worden. > Verstuur uw vraag/opmerking n.a.v. dit artikel |