Naar een duurzaam bodemgebruik  Naar een duurzaam bodemgebruik
Print deze pagina Print deze pagina Datum: 1-4-2004
Bron: AelmanScoop 17
Auteur: Bert Schrouff

Naar een duurzaam bodemgebruik

De grondgebruiker krijgt het recht de bodem te gebruiken, maar ook de plicht er zorgvuldig mee om te gaan. Dat is de kern van het in december 2003 door het kabinet kenbaar gemaakt bodembeleid. Met het nieuwe bodembeleid wil het kabinet het bodembeleid duurzamer, eenvoudiger en consistenter maken.

 

Het nieuwe bodembeleid behelst meer dan bodemverontreiniging alleen. Zo sluit het bijvoorbeeld aan op de herziening van het Europese landbouwbeleid. Bovendien moeten Provincies, waterschappen en gemeenten bij hun beslissingen over het gebruik van de bodem de mogelijke effecten van hun besluiten beoordelen. Dit wordt vastgelegd in een bodembeheersplan of verordening, waarop inspraak mogelijk is. In dit artikel belicht ik de hoofdlijnen van het nieuwe bodembeleid.

 

Gebruik bodem

De beleidsvernieuwing moet leiden tot een bewuster en duurzamer gebruik van de bodem. Bij het duurzaam bodemgebruik worden naast ecologische waarden, ook economische en sociaal-culturele aspecten meegewogen. De gebruiksmogelijkheden van de bodem voor verschillende functies mogen niet verslechteren; waar mogelijk moeten ze verbeteren. Het stand-still-principe blijft het vertrekpunt. Het nieuwe beleid gaat verder dan alleen de bescherming van de bodem tegen verontreiniging en fysische aantasting. Voortaan speelt ook het biologisch functioneren van de bodem een rol. In het vakjargon wordt dit aangeduid als  “verbreding”.

Het bodemgebruik neemt in het nieuwe beleid een centralere plek in. Het beleid richt zich daarmee allereerst op de bodemgebruiker. Hij draagt de verantwoordelijkheid voor de kwaliteitsontwikkeling van de bodem. De grondgebruiker mag niet alleen zijn eigen belang veilig stellen. In het vakjargon heet dit “kanteling”.

Het nieuwe beleid richt zich ook op de decentrale overheden. Zij moeten bij ruimtelijke ordening en -inrichting bewuster dan voorheen met de toestand van de bodem omgaan. Afwegingen die het gebruik van de ruimte boven en onder het maaiveld (ook op langere termijn) bepalen, moeten mede worden gebaseerd op een beoordeling van effecten van bodemgebruik.

 

Verontreiniging en aantasting bodem

De bredere focus in het nieuw bodembeleid laat onverlet, dat het voorkómen en herstellen van schade door verontreiniging en aantasting van de bodem een taak van formaat blijft. Voornemens op dit terrein nemen in het nieuwe beleid, net als het oude beleid, een belangrijke plek in.

In het preventieve beleid blijft een brongerichte aanpak centraal staan: het zoveel als mogelijk voorkómen van bodemverontreiniging en -aantasting. Voor lokale en agrarische bronnen van bodemverontreiniging bestaat al specifieke regelgeving. In aanvulling hierop bestaat de zorgplicht als algemeen vangnet. Deze is gebaseerd op de Wet bodembescherming en de Wet milieubeheer.

 

Vernieuwingen

Vernieuwingen welke we op het terrein van het voorkomen en verwijderen van bodemverontreiniging mogen verwachten zijn:

  • Regimes voor preventie, grond- en baggerstromen en bodemsanering worden naar intensiteit van beheer en procedures geharmoniseerd.
  • Het beleid voor het omgaan met verontreinigde grond en bagger wordt, in samenhang met bodemsanering, ingebed in een consistent kader voor bodembeheer en losgemaakt van het productenbeleid.
  • Reeds aanwezige ernstige verontreiniging in de bodem zal minder om louter milieuhygiënische redenen worden gesaneerd; zij wordt wel beheerd.
  • Saneren en beheren van verontreinigde locaties wordt primair gestuurd door maatschappelijke en ruimtelijke dynamiek. De bevoegde overheid zal beleidsvrijheid krijgen om kwaliteitsverbetering van de bodem te koppelen aan lokale of regionale ambities en de toewijzing van functies. Er komt meer ruimte voor gebiedsgerichte oplossingen.

 

Resumerend kunnen we concluderen dat het aangekondigde nieuwe bodembeleid weliswaar nog een redelijk hoog abstractiegehalte heeft, maar dat de richting duidelijk is: meer verantwoordelijkheid voor de gebruiker (vaak de agrariër), nieuwe regelgeving en meer verantwoordelijkheden bij lagere overheden.



> Verstuur uw vraag/opmerking n.a.v. dit artikel