Fosfaatreductieplan 2017: Stand van zaken

Geplaatst op 04 september 2017

Nederland moet in 2017 de fosfaatproductie terugbrengen naar het niveau dat is toegestaan voor het behoud van derogatie. Het fosfaatreductieplan 2017 is één van de fosfaatreductiemaatregelen en geldt voor melk producerende rundveehouderijbedrijven. Doelstelling van het plan is het verminderen van de fosfaatuitstoot door melkvee met 8,3 miljoen kilo fosfaat. Samen met reducties in andere sectoren komt Nederland hierdoor onder de door de EU opgelegde grens.

Nadat de regeling op een aantal punten gewijzigd is, zijn de meeste veehouders aan de slag gegaan met de doelstellings- en referentie aantallen om zo een hoge heffing of solidariteitsheffing te ontlopen.

Een aantal melkveehouders heeft een kort geding aangespannen. De rechter in Den Haag stelde op 4 mei (alle) 52 melkveehouders in de zes aangespannen zaken in het gelijk. De uitspraak betekent dat voor een deel van de melkveehouders het fosfaatreductieplan buiten werking wordt gesteld. Boeren startten om verschillende redenen een kort geding tegen de Staat. Zij vroegen hierin om de regeling voor hun bedrijfssituatie buiten werking te verklaren, omdat ze er onredelijk hard door worden getroffen.

Het gaat hierbij onder meer om ondernemers die voor de peildatum van 2 juli 2015 al investeringen hadden gedaan voor de uitbreiding van hun bedrijf. Door het maatregelenpakket dreigen zij niet meer aan hun financiële verplichtingen te kunnen voldoen. 

Op vrijdag 12 mei 2017 heeft Staatssecretaris Van Dam bekend gemaakt in hoger beroep te gaan tegen het vonnis van 4 mei 2017. De staatssecretaris vind dat de regeling wél te verwachten was voor alle veehouders en de ruime beoordelingsvrijheid van de overheid door de rechter aan banden is gelegd. Verder vindt de staatssecretaris dat de rechter niet aangeeft wat bepalend is om te beoordelen wanneer er sprake is van onomkeerbare investeringen. En als laatste is de staatssecretaris van mening dat het nadelig is om een deel van de veehouders een bijzondere positie te geven om het doel ‘derogatie’ te bereiken.

Bedrijven die in eerste instantie vrijgesteld zijn van de regeling kunnen dus nog onder de regeling vallen als de uitspraak in hoger beroep verkeerd uitvalt. Uitspraak wordt in oktober verwacht. 

Op 9 augustus deed de rechter uitspraak in een kort geding van een volgende groep veehouders. De rechter is in dit kort geding niet afgeweken van de beslissingen van 4 mei 2017. De betreffende melkveehouders zijn ook vrijgesteld van het fosfaatreductieplan mits de bedrijven aan dezelfde criteria voldoen, namelijk:

  • Voor 2 juli 2015 aanzienlijke onomkeerbare investeringsverplichtingen aangegaan;
  • Deze investeringen op 2 juli 2015 nog niet (volledig) benut hebben (er is nog sprake van een onderbezetting op dat moment);
  • De groei in overeenstemming is met de toen geldende wet- en regelgeving (grondgebondenheid, mestverwerking).

De betreffende bedrijven zullen alleen vrijgesteld zijn van het fosfaatreductieplan, indien is aangetoond dat zij aan dezelfde criteria voldoen als de betrokken bedrijven bij de eerdere uitspraken. Om dit te beoordelen is de lichte toets door het Ministerie van Economische Zaken in het leven geroepen.

Naast de bedrijven die meededen aan het kort geding kunnen ook andere bedrijven die aan deze criteria menen te voldoen de lichte toets aanvragen. Wij zijn u graag behulpzaam om dit bij RVO voor u te regelen.

Dit artikel heeft betrekking op de volgende werkvelden: