Extra voorwaarden voor maïsteelt op zand- en lössgrond

Geplaatst op 13 oktober 2020

Wie volgend jaar maïs wil telen op zand- en lössgrond, moet dit uiterlijk 15 februari melden bij RVO. Zonder aanmelding mag er dat jaar geen maïs worden geteeld op dat perceel. Dat geldt ook voor percelen grasland waarop later in het jaar maïs wordt geteeld.

Op gemelde percelen mag pas vanaf 1 april drijfmest en/of vloeibaar zuiveringsslib worden aangewend. Dat geldt niet voor percelen waarop gras staat dat voor vervoedering wordt gebruikt tot het moment dat de graszode wordt vernietigd. 

Het aanwenden van vaste mest en steekvast zuiveringsslib is wel toegestaan, zonder extra voorwaarden. 

Het wordt mogelijk om een eerdere melding in te trekken t/m 31 maart. Vanaf het moment van intrekken is het weer toegestaan om drijfmest en/of vloeibaar zuiveringsslib aan te wenden vanaf 16 februari. Maïsteelt is in dat jaar niet toegestaan. 

De meldingsplicht en de uitrijperiode gelden niet voor biologisch geteelde maïs en voor de teelt van suikermaïs onder folie. 

Advies nodig bij het al dan niet aanmelden van uw percelen? Neem contact met ons op. 
 

WIJZIGING in uitrijtermijn voor drijfmest en zuiveringsslib op maïsperceel

Na veel kritiek vanuit de sector, heeft landbouwminister Carola Schouten de uitrijtermijn van drijfmest en zuiveringsslib nu vervroegd van 1 april naar 15 maart. Deze aanpassing geldt voor twee jaar.

Vanaf 15 maart mag er dus drijfmest en zuiveringsslib uitgereden worden voor de maïsteelt op zand- en lösgrond. De uitrijtermijn geldt voor alle vormen waarbij maïs als hoofdteelt telt. Suikermaïs onder folie en biologische maïsteelt worden uitgezonderd van de uitrijtermijn.

Bij andere gewassen dan maïs als hoofdteelt, is het uitrijden van drijfmest wel toegestaan vanaf 16 februari.

Dit artikel heeft betrekking op de volgende werkvelden: