Herstel fosfaatrechtenstelsel vleesvee

Geplaatst op 10 juli 2020

Minister Carola Schouten heeft onlangs in een wetsvoorstel de eerder gemaakte beleidsregel opgenomen. Hierdoor zijn voor jongvee alleen fosfaatrechten nodig voor de dieren die gehouden worden om een kalf te krijgen. Voor jongvee van vleesvee dat niet bestemd is om een kalf te krijgen zijn geen fosfaatrechten nodig.

Vrouwelijk jongvee dat oorspronkelijk bedoeld was een kalf te krijgen maar uiteindelijk geen kalf krijgt, valt in eerste instantie onder de definitie van “melkvee”, waarvoor fosfaatrechten nodig zijn. Nadat duidelijk is dat dit dier geen kalf krijgt, zijn voor dit dier geen fosfaatrechten nodig. Echter, voor vrouwelijk jongvee dat gehouden wordt voor de vleesveehouderij dat uiteindelijk toch een kalf krijgt, zijn voor gehele opfokperiode fosfaatrechten nodig. Bij eventuele verkoop van jongvee dienen dus duidelijke afspraken gemaakt te worden over het toekomstig gebruik van het jongvee.

 

Ook de tijdelijke Vrijstelling Zoogkoeienhouderij wordt nu opgenomen in de Meststoffenwet. Voor het houden van jongvee voor de vleesveehouderij dat wel een kalf krijgt maar dat geen melk- of kalfkoe wordt en niet bestemd is om een melk- of kalfkoe te worden, zijn geen fosfaatrechten nodig indien is voldaan aan de gestelde voorwaarden.

 

De voorgestelde wijzigingen zullen volgens de Minister op zijn vroegst per 1 januari 2021 in werking treden. Deze wijziging van het begrip “melkvee” is niet van invloed op de nog lopende zaken betreffende de toekenning van fosfaatrechten en ook niet voor het stelsel van verantwoorde en grondgebonden groei.

Dit artikel heeft betrekking op de volgende werkvelden: