Melkveefosfaatrechten in relatie tot pacht

Geplaatst op 26 maart 2019

Dit bericht is een vervolg op het door ons op deze plaats gepubliceerde bericht van 7 april 2017 onder de titel 'Verkoop van melkveefosfaatrechten in relatie tot pacht'.

Het bericht van 7 april 2017 kunt u hier eenvoudig terugvinden.

Ondertussen (vandaag 26 maart 2019) heeft de pachtkamer van het Hof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan in een zaak waarbij een hoeve (grond en gebouwen) in pacht was uitgegeven/verkregen.

De uitspraak is voorlopig van aard in die zin dat het Hof de door haar te hanteren overwegingen heeft vastgelegd en richting heeft gegeven aan de denktrant in zaken met betrekking tot melkveefosfaatrechten en pacht.

Partijen hebben in deze bijzondere situatie de gelegenheid gekregen om hierop nog te reageren. Wordt dus vervolgd.

Het oordeel van het Hof:

In beginsel zijn de fosfaatrechten van de pachter en zijn er geen redenen om de rechten aan verpachter over te dragen bij het einde van de pacht. Dit wordt anders indien verpachter langdurig bedrijfsmiddelen ter beschikking heeft gesteld. Hiermee wordt door het Hof bedoeld:

  • verpachter heeft een hoeve verpacht, of
  • verpachter heeft 15 hectaren of meer los land verpacht, of
  • verpachter heeft een bedrijfsgebouw, ingericht voor de melkveehouderij verpacht, of
  • verpachting is gebaseerd op langdurige pachtverhoudingen (regulier of geliberaliseerd voor 12 jaar of langer).

In die gevallen is pachter gehouden om bij het einde van de pachtovereenkomst fosfaatrechten aan verpachter over te dragen.

Verpachter is daarentegen een vergoeding verschuldigd van 50% van de marktwaarde van de overgedragen hoeveelheid fosfaatrechten.

Overwegingen van het Hof welke aan dit oordeel ten grondslag hebben gelegen:

  • In de pachtovereenkomst is niets geregeld ter zake fosfaatrechten. Dit neemt niet weg dat de aard van de overeenkomst, de Wet, de gewoonte en de eisen van redelijkheid en billijkheid partijen binden aan rechtsgevolgen.
  • De Meststoffenwet en de uitvoeringsregelingen geven geen houvast voor de civielrechtelijke verhouding tussen verpachter en pachter.
  • Fosfaatrechten is een “nieuw fenomeen”, er bestaat geen gewoonterecht waaraan partijen zijn gebonden.
  • Voor beoordeling van “de redelijkheid en billijkheid” is de vaste rechtspraak ter zake melkquotum, varkensrechten en betalingsrechten in de overwegingen betrokken. Deze vaste rechtspraak geeft naar oordeel van het Hof echter onvoldoende richting voor een pasklaar antwoord op de vraag of er fosfaatrechten van pachter aan verpachter moeten worden overgedragen.

Het Hof heeft navolgende (samenvatting van) voorwaarden gegeven die ten grondslag liggen aan de verplichting tot “verrekening” van de fosfaatrechten tussen verpachter en pachter.

  • Op 2 juli 2015 bestond tussen verpachter en pachter een reguliere of geliberaliseerd pachtovereenkomst welke bij het aangaan een duur kende van 12 jaar.
  • De pacht heeft betrekking op een hoeve, of een oppervlakte grond van minimaal 15 hectaren of een gebouw dat is ingericht voor de melkveehouderij.
  • De fosfaatrechten worden voor 50% toegerekend aan de bedrijfsgebouwen en voor 50% aan de tot het bedrijf van pachter behorende grond (peildatum 2 juli 2015).
  • De fosfaatrechten bij het einde van de pacht over te dragen aan verpachter terwijl verpachter alsdan – bij het einde van de pacht - een vergoeding verschuldigd is van 50% van de marktwaarde.

Commentaar:

  • De “toestemmingsvraag” bij verkoop gedurende de looptijd van de pachtovereenkomst is (nog) niet eenduidig beantwoord. Op grond van de overwegingen en het oordeel van het Hof zou afgeleid mogen worden dat deze vraag – gelet op de voorliggende casus - in deze procedure ook niet aan de orde komt.
    Ons inziens moet er rekening mee gehouden worden dat wanneer pachter niet binnen de “vrijstellingscriteria” valt (kleine pachtoppervlakte, pacht voor korte duur, enz.), wél toestemming nodig heeft voor tussentijdse verkoop van fosfaatrechten op straffe van de gevolgen van “wanprestatie” jegens verpachter.
  • De uitspraak van 26 maart 2019 geeft ruimte in de toepasbaarheid voor met name situaties met alleen “los land”. De “15 hectaren grens” is uitermate arbitrair, hetgeen het Hof ook toegeeft. Wellicht zou een % van de bedrijfsoppervlakte een beter criterium kunnen zijn.

Over verpacht los land is 25% van de fosfaatrechten te verrekenen (is de helft van 50%), immers 50% zit op de gebouwen.

  • Hoe om te gaan met korting bij overdracht, ten laste van wie? Het oordeel van het Hof, en het door het Hof gegeven voorschot op de uitwerking, duidt op “verrekenen van over te dragen hoeveelheid”. Het lijkt ook redelijk dat een korting naar evenredigheid wordt gedragen.
  • Het fosfaatrechtenstelsel wordt in het oordeel van het Hof geduid als zijnde een ‘Nederlandse maatregel’. Het betreft echter een directe maatregel ter voorkoming van overschrijding van het door de EU opgelegde fosfaatplafond.

Dit artikel heeft betrekking op de volgende werkvelden: