Regels vanggewas na mais op löss- en zandgronden

Geplaatst op 01 juli 2019

We krijgen nog steeds veel vragen over de exacte regels omtrent het verplichte vanggewas na mais op zand- en lössgrond. De onduidelijke en steeds wisselende uitleg van RVO op de site werpt vele vragen op. In dit bericht willen we nogmaals de exacte regels, zoals die nu ook door RVO worden uitgedragen, aan u uitleggen. Er is een geringe verruiming opgenomen voor het vanggewas na biologische snijmais en overige mais. De regels voor het vanggewas na gangbare snijmais zijn ongewijzigd. Voor de teelt van mais op kleigrond is een vanggewas niet verplicht.

Gangbare snijmais

Er zijn drie opties voor het telen van een verplicht vanggewas na gangbare snijmais op zand- en lössgrond:

  1. Direct na de oogst en uiterlijk op 1 oktober één van de volgende gewassen telen: gras, winterrogge, bladkool, bladrammenas, wintertarwe, wintergerst, triticale en Japanse haver. Het vanggewas mag pas vanaf 1 februari worden vernietigd.
  2. In de periode van 1 t/m 31 oktober één van de volgende gewassen (wintergranen) telen: spelt, triticale, winterrogge, -tarwe of -gerst. Deze gewassen moeten het volgende jaar als hoofdteelt worden geteeld en geoogst en mogen dus niet vanaf 1 februari worden vernietigd.
  3. Onderzaai van één van de bovengenoemde gewassen. Dit maakt oogst na 1 oktober mogelijk. Praktisch gezien kan dit alleen gras zijn. Ook dit vanggewas mag vanaf 1 februari worden vernietigd.

Indien er gekozen wordt voor de teelt van een wintergraan in oktober, dan moet dit uiterlijk 1 oktober in de Gecombineerde Opgave worden gemeld. Bij het betreffende perceel moet dan het gewas worden ingevuld dat als volgteelt wordt gezaaid.

Overige mais en biologische snijmais

De verplichtingen na de teelt van overige mais en biologische snijmais zijn op een aantal punten wat afwijkend. Hiervoor gelden de onderstaande drie opties:

  1. Direct na de oogst en uiterlijk op 1 oktober één van de volgende gewassen telen: gras, winterrogge, bladkool, bladrammenas, wintertarwe, wintergerst, triticale, Japanse haver en spelt.
  2. Spelt, triticale, winterrogge, -tarwe of –gerst mogen tot uiterlijk 31 oktober gezaaid worden.
  3. Onderzaai: Alle bovengenoemde gewassen mogen worden ingezet voor onderzaai. Door gebruik te maken van onderzaai is het mogelijk te oogsten na 31 oktober. In de praktijk zal alleen gras gebruikt worden voor onderzaai.

Alle bovengenoemde gewassen mogen vanaf 1 februari worden vernietigd.

Gras als vanggewas mag u gebruiken als veevoer door beweiding of maaien om te vervoederen aan dieren. Als u hiervoor kiest gelden de regels van grasland scheuren.

Het is ook toegestaan om een mengsel te zaaien. Het mengsel moet voor minimaal twee derde bestaan uit één of meerdere toegestane vanggewassen. Voorwaarde is dat het ingezaaide mengsel in het najaar tot ontwikkeling komt.

Conclusie en advies

De regels voor het verplichte vanggewas na mais zijn voor alle soorten maisteelt nagenoeg gelijk. Alleen bij gangbare snijmais gelden aanvullende eisen bij de teelt van wintergranen.

De uitbreiding van het aantal vanggewassen na de teelt van biologische snijmais en overige mais t/m 1 oktober biedt nauwelijks ruimte. Het is maar de vraag of bijv. CCM voor 1 oktober oogstrijp is en zullen de gewasresten het onder gezaaide vanggewas vernietigen.

Heeft u voor uw bedrijfsspecifieke invulling van de eisen van vanggewas nog vragen dan kunt u altijd contact opnemen met onze agrarische adviseurs.

Dit artikel heeft betrekking op de volgende werkvelden: