Vergunning Wet natuurbescherming en de paardensector

Geplaatst op 22 maart 2021

Voor een paardenhouderij kan er net zoals voor andere veehouderijen in de agrarische sector een vergunningsplicht in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) bestaan. Met deze vergunning wordt aangetoond dat de paarden/pony’s op het bedrijf geen schadelijke effecten veroorzaken op beschermde natuur. Ook als het bedrijf al een onherroepelijke Wnb-vergunning heeft is het advies om te controleren of deze vergunning in overeenstemming is met de werkelijke situatie. Is dit niet het geval? Ook dan moet in principe de bestaande vergunning gewijzigd worden. In dit artikel lichten we toe hoe je een Wnb-vergunning aanvraagt en wat de regels zijn.

De uitspraak van de Raad van State op 29 mei 2019 waardoor het PAS (Programma Aanpak Stikstof) onverbindend werd, heeft gevolgen voor de paardensector. Om bij een uitbreiding met paarden tot een vergunbare situatie te komen moet er mogelijk gebruik gemaakt worden van saldering. Dit betekent hergebruik van stikstofruimte die het bedrijf zelf heeft (interne saldering) of aankoop van stikstofrechten (extern salderen).

In de PAS-uitspraak heeft de Raad van State aangegeven dat er ook een Wnb-vergunning noodzakelijk kan zijn voor het beweiden door dieren (paarden) en het bemesten van de grond.

Als gevolg van een uitspraak van de Raad van State op 20 januari 2021 geldt voor de vergunningsplicht bij interne saldering een uitzondering. Indien er géén toename van depositie is ten opzichte van de situatie op referentiedatum, komt de vergunningplicht te vervallen. Hierbij wordt als referentiesituatie uitgegaan van de vergunde en gerealiseerde situatie op het moment van aanwijzen van de Natura2000 gebieden. In het kader van de Habitatrichtlijngebieden is dat in de meeste gevallen 7 december 2004.

De Wet natuurbescherming heeft als doel om kwetsbare natuur (Natura 2000-gebieden) te beschermen tegen mogelijk nadelige effecten. De depositie van stikstof, afkomstig van de ammoniakuitstoot door dieren, kan een nadelig effect hebben op natuur. Met een Wnb-vergunning wordt aangetoond dat dit nadelige effect er niet is waardoor u als vergunninghouder uw dieren, dus ook paarden, mag houden in de nabijheid van deze kwetsbare natuur. Het hebben van een vergunning is daarom vaak noodzakelijk en verplicht.
Indien er plannen zijn voor uitbreiding of aanpassing (bouw) kan met een Wnb-vergunning aangetoond worden dat deze plannen geen negatief effect veroorzaken. Bij (ver)koop speelt het voorhanden zijn van een Wnb-vergunning ook vaak een belangrijke rol, zeker voor de kopende partij.

Op dit moment zijn er in de paardensector nog veel bedrijven die zonder Wnb-vergunning in werking zijn. Afhankelijk van de oprichtingsdatum van het bedrijf geldt ook voor paardenbedrijven een vergunningplicht, zeker als deze oprichtingsdatum na de aanwijzingsdatum (is referentiedatum) van de natuurgebieden ligt.

Een vergunningsplicht is ook aan de orde als het bedrijf een uitbreiding met emissie (en depositie) heeft doorgemaakt na  voornoemde referentiedatum. Het verkrijgen van een vergunning vergt dan maatwerk, Aelmans Adviesgroep kan u hierbij van dienst zijn.

Indien u uw bedrijfssituatie wilt laten beoordelen of indien u zoekende bent naar een oplossing voor uw situatie in relatie tot de vergunningplicht Wet natuurbescherming, neem dan contact op met een van onze adviseurs.

Dit artikel heeft betrekking op de volgende werkvelden: