Mobiele menu

Contact

Introductie 'Transitie in het buitengebied'

Bedankt voor je aanmelding voor de bijeenkomst ‘Transitie in het buitengebied’. We geven je graag een algemene introductie over de verschillende onderwerpen. Heb je al vragen over specifieke onderwerpen? Stuur ze dan in via het formulier op deze pagina. We proberen zoveel mogelijk vragen tijdens de bijeenkomst te behandelen.

Omgeving
icoon boek

Intro

Nederland staat voor belangrijke opgaven. We moeten onder andere de natuur, het klimaat en de waterkwaliteit verbeteren. Het terugdringen van stikstof speelt daarbij een belangrijke rol. De indicatieve stikstofreductiedoelen vragen per gebied zo snel mogelijk actie van de sectoren industrie, bouw, mobiliteit en landbouw. Met name de opgave voor de landbouw is groot: agrarische ondernemers moeten volgens het Kabinet versneld de transitie doormaken naar kringlooplandbouw in 2030.

Als instrument om die opgaven te kunnen realiseren is het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) in het leven geroepen. Uitgangspunt van dat programma is om te komen tot een gebiedsgerichte aanpak en daarbij iedere euro zo efficiënt mogelijk besteden. Maatregelen voor natuur, klimaat, bodem en water worden gecombineerd om zo de natuur te laten herstellen en meer ruimte voor vergunningverlening te creëren.

Dat betekent dus ook dat niet alles overal kan. Bij projecten en ontwikkelingen (ongeacht of het gaat om industrie, bouw, mobiliteit en landbouw) moeten nieuwe activiteiten voldoen aan de draagkracht van het gebied. En daarbij moet wel perspectief bestaan voor ondernemers en economie.

Voor de stikstofproblematiek ligt alles nog iets ingewikkelder. Omdat gebieden verschillen, verschilt ook de aanpak per gebied. De reductiedoelen zijn per gebied anders, omdat ook de kwaliteit van natuur, water en bodem verschillen per gebied.

Het Rijk heeft per gebied zogenoemde richtinggevende stikstofdoelen en reductiepercentages vastgesteld. Die lopen op van 12% tot rond de 70% – evenredig op te brengen door alle sectoren – in gebieden dichtbij natuurgebieden en gebieden waar de water- en bodemkwaliteit sterk moet verbeteren. 

De inhoud van het NPLG en de relatie met stikstof zullen aan de orde komen tijdens het eerste deel van de bijeenkomst. 

Veel boerderijen en stallen in Nederland hebben hun agrarische functie verloren − een proces dat ook de komende decennia zal doorgaan. Hergebruik van vrijkomende agrarische gebouwen als middel om het landelijk gebied economisch en sociaal vitaal te houden, zal daarom de komende decennia een belangrijk thema zijn. 

De overheid staat voor de vraag of ze op andere dan de gebruikelijke manieren, hergebruik van agrarische gebouwen willen toestaan of zelfs stimuleren. Immers, leegstand op grote schaal zal zowel verlies aan kapitaal als aan cultuurhistorische interessante gebouwen betekenen. Het vraagt ook om innovatieve nieuwe vormen van hergebruik. 

De planologische regels voor transformaties werden in het verleden door provincie en gemeenten aangescherpt, als remedie tegen het ontstaan van grote niet-agrarische bedrijven in het buitengebied. De laatste jaren hebben veel provincies en gemeenten VAB-beleid opgesteld. Dit biedt ruimte voor meer activiteiten in vrijkomende agrarische bebouwing. Hiermee wordt een poging gedaan de economie te versterken en de ruimtelijke kwaliteit te behouden. De inhoud van het VAB-beleid verschilt per provincie en gemeenten.

Maar hoe kan een omzetting, een transformatie worden gerealiseerd? Welke stappen worden gezet en welke keuzes moeten worden gemaakt? Deze vragen en de problematiek met betrekking tot vrijkomende agrarische bedrijfslocaties komt in onderdeel 2 aan de orde.  

Gebiedsontwikkeling en de omzetting van agrarische bedrijven naar andere functies staat onder druk. Gebiedsontwikkelingen hebben doorgaans te maken met hoge kosten voor sloop, bodemsanering, grondverwervingskosten en kosten in verband met het proces van planvorming. Deze kosten worden vaak onvoldoende gedekt door de opbrengsten uit de gebiedsontwikkeling. Ook voor de omzetting van agrarische bedrijven moet rekening worden gehouden met aanzienlijke kosten. Waarbij ook nog geldt dat deze veelal te kampen hebben met bestaande, hoge financieringen. 

Naast toenemende (exploitatie)tekorten drogen tegelijkertijd de externe financieringsbronnen – ook wel ‘voorzieningen’ genoemd – op. Bovendien nemen ook de subsidies van overheidswege steeds verder af.  Kortom: locatie- en gebiedsontwikkelingen (waaronder de omzetting van agrarische bedrijven) zullen zich in toenemende mate zelf moeten bedruipen.

En dat betekent ook dat men steeds vaker is aangewezen op alternatieven voor de financiering van gewenste ontwikkelingen. Er zijn verschillende manieren om ontwikkelingen te financieren en om een financiering aan te trekken. Die mogelijkheden komen aan de orde in onderdeel 3. 

Indienen vragen

Heb je een interessante vraag of discussiepunt over de bovenstaande onderwerpen? Gebruik dit formulier om je vraag in te sturen. Wij proberen zoveel mogelijk vragen te behandelen tijdens de bijeenkomst.

#vraag

Gekopieerd naar het klembord!

Aanmelden

Ben je nog niet aangemeld voor de bijeenkomst of heb je nog een studiegenoot of collega die graag wil aansluiten? Dat is nog mogelijk tot en met vrijdag 12 april.

Aanmelden