Vrijwillige beëindigingsregeling naar verwachting eerste helft volgend jaar opengesteld
De Nederlandse overheid bereidt op dit moment de Vrijwillige beëindigingsregeling (Vbr) voor. Dit is een uitwerking van de landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties, waarbij veehouderijlocaties in Natura-2000 gebieden voorrang krijgen bij deelname aan een beëindigingsregeling.
Wat is de Vbr?
De aangekondigde regeling biedt veehouders die vrijwillig met hun bedrijf willen stoppen, de mogelijkheid dit te doen tegen financiële compensatie. De regeling lijkt op de eerdere Lbv-regeling (Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties). De Vbr-regeling wordt opengesteld voor melkvee, varkens, pluimvee, vleeskalveren, overig rundvee, geiten, vleeseenden en konijnen. Er is een budget beschikbaar van 750 miljoen euro. Meer details volgen in de volgende brief van minister, naar verwachting in januari 2026.
Voorrang voor locaties binnen 1.000 meter van Natura 2000-gebieden
Een grote wijziging in de voorwaarden is de voorkeur voor locaties binnen 1.000 meter van overbelaste Natura 2000-gebieden. Veehouderijen die op korte afstand van gevoelige natuurgebieden liggen, krijgen voorrang bij de toekenning van subsidie.
Pas wanneer het budget na de eerste inschrijvingsronde niet volledig is benut, kunnen ook bedrijven buiten dit 1.000 m-gebied aanspraak maken op subsidie.
De toekenning binnen die tweede fase gebeurt via een tender, waarbij wordt gekeken naar de meest kosteneffectieve reductie van ammoniakemissie per ingezette euro. Deelname gebeurt op volgorde van inschrijving.
Vergoedingen
De Vbr-regeling kan niet sturen op verouderde veehouderijlocaties. Op grond van de steunkaders moet de selectie van de doelgroep gebaseerd zijn op een onderscheidend milieucriterium, zoals het doel van de regeling vereist. Voor 'verouderde bedrijven' is volgens de minister geen onderscheidend selectiecriterium vast te stellen.
Bedrijven die deelnemen, ontvangen een vergoeding voor stallen, afhankelijk van het staloppervlak (in vierkante meters) en de leeftijd van de stallen op forfaitaire waarde. Ook komt er een vergoeding voor het doorhalen van dierrechten of fosfaatrechten. Landbouwgrond en de bedrijfswoning maken géén deel uit van de regeling; deze blijven in bezit van de deelnemer.
De vergoeding is vergelijkbaar met de vergoeding vanuit de LBV-regeling.
De details van de regeling zijn op dit moment nog niet concreet. Deze informatie geeft de eerste verwachtingen weer. Zodra er meer bekend is, zullen wij u hierover informeren.
Meer weten?